5/6 – Petrus, de onbegrepen discipel

Alsof je op Centre Pompidou stil zit. Een man met Afrikaans uiterlijk bestudeert even je gelaatstrekken en schetst dan vliegensvlug met houtskool zijn beeld van jou in karikatuur. Als hij trots zijn werk aan je toont en jij je afvraagt hoe iemand je gezicht zo kan vernachelen met enorme neus en dito jukbeenderen, grijnst hij dat het vijf euro kost en of je even wilt betalen.

Als Petrus kon zien welke karikatuur er van zijn persoon is gemaakt, had hij er de vijf euro niet voor neergeteld. Ik denk dat hij hoofdschuddend het plein was overgestoken, weg van de afzetter. Hier leek hij toch niet op? Waarom bleven ze hem toch zo ridicuul afbeelden? Wat was dat toch voor gemakzucht? Waarom nam men niet de moeite te begrijpen dat hij een jood was, uit een wereld die er heel anders uitzag dan de wereld nu. Waarom wilde ze niet begrijpen dat hij een talmid, een discipel, was en dat hij in alles nauwgezet zijn rabbi wilde navolgen?

Karikatuur
Dit is hoe het christendom over het algemeen over Petrus schrijft:

“Simon blijkt een emotioneel en impulsief mens te zijn.
Hij is – in de kring van Jezus’ discipelen – altijd ‘haantje de voorste’.
Een grote mond en een klein hartje.
U kent dat soort type mens vast wel.
Wilt u voorbeelden uit het leven van Petrus? Dat kan:
* Door het geloof loopt Petrus op het water, zinkt weg en schreeuwt: “Here, red mij.”
* Op de berg der verheerlijking: ‘Zullen wij drie tenten opslaan, voor Mozes, voor Elia en voor u?’
* Bij de voetwassing: “Here, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd.”
* In de hof van Gethsemané: een zwaard, een oor eraf en een wegvluchtende Petrus.
* Na zijn verloochening kruipt Petrus als een geslagen hond in alle eenzaamheid zijn weg.
(Ds. Kronenberg, http://dsjkc.weebly.com/uploads/1/0/7/9/1079570/95-09_a4.pdf )

Petrus is het blijkbaar klassieke voorbeeld van een haantje-de-voorste, van een man met het hart op de juiste plek, maar in ieder geval op zijn tong. De discipel die groots sprak, impulsief het water opstapte en toen puntje bij paaltje kwam, twijfelend kopje onder ging in de hoge golven van het meer van Galilea. De man die aards dacht, terwijl hij toch in de schaduw van de Messias mocht wandelen. Die tenten meende te moeten opzetten toen diezelfde Messias hem en twee anderen meenam om Mozes en Elia te ontmoeten. Tenten! Van alles waar je je druk om kunt maken als je een bovennatuurlijke verschijning van twee grootheden uit de Tanach vlak voor je hebt staan. Een aardse man met excentrieke, impulsieve trekjes, een goed hart, maar een wat grote mond en kinderachtige prioriteiten.

“Hij (Jezus, red.) stelt zich beschikbaar, maar dan ook totaal. Dat is een weg die Petrus niet aanstaat. Dat Jezus de messias is, prima. Maar niet op die manier. Dat is een weg die ons niet aanstaat, die ons mensen niet ligt. Wij houden niet van losers. ” (Arie Kok, https://ariekok.wordpress.com/2016/02/22/jezus-waarom-komt-u-ons-hinderen)

Dat is de karikatuur die ik in preken met de paplepel ingegoten heb gekregen. Toch gek dat ondanks deze karikatuur, de hele Roomse kerk zich beroept op diens autoriteit, op basis van deze Petrus. Petrus als eerste ‘paus’.

Petrus als joodse rechtvaardige
Het interessante is, dat waar deze karikatuur hoogtij viert binnen de christelijke kerken, er binnen het jodendom naar alle waarschijnlijkheid ook over deze Petrus geschreven is. Anders dan in christelijke kringen, zijn de herinneringen aan Petrus binnen het jodendom heel eervol, zelfs eervol in het licht van zijn bekering tot Yeshua.

‘Als een Jood zich bekeert tot het Christendom, verwijzen we naar hem met een denigrerende bijnaam. Als hij bijvoorbeeld ‘Avraham’ heet, noemen we hem ‘Afram’ [van ‘afar’, stof], of iets dergelijks. We doen dit zelfs met een tzaddik (rechtvaardige), als Christenen hem vereren – zoals Shimon Kipah, die een rechtvaardige man was, maar door Christenen bevestigd werd – vereerd werd als een van hun heiligen en hem de naam [Simon] Petrus gaven. Zelfs al was hij een rechtvaardige man [een tzaddik], de Joden gaven hem de bijnaam ‘Petrus Chamor (“Eerste ezel”, een woordspeling op Exodus 13:13).’
(Uit Engels vertaald: Finkel, Avraham Ya’akov, Sefer Chasidim (Jason Aronson, 1997), 85).

Kortom, joden die zich bekeerden tot het christendom kregen volgens de schrijver van dit citaat binnen het jodendom een denigrerende bijnaam. Zo werd Petrus ook omgedoopt. Wat interessant is, is niet zozeer dat joden vonden dat Petrus zich tot het christendom bekeerde, want zelf geloof ik daar geen letter van, maar wel dat ze Petrus ‘tzaddik’ noemen. Een tzaddik is een hele eervolle titel binnen het jodendom, eentje die je niet zomaar krijgt. Het betekent dat je een rechtvaardige bent, een mens die qua zuiverheid en heilig leven een groot voorbeeld is voor gelovigen om je heen.

Petrus afvallig of rechtvaardig?
Twee rabbijnen schreven tien jaar geleden een korte studie over Simon Petrus waarin ze zich afvroegen of hij een afvallige of een rechtvaardige was. Er gaan een aantal verhalen over de discipel van Yeshua, waaronder:

* Simon Petrus infiltreerde de kring van eerste gelovigen in Yeshua om hen bij het jodendom vandaan te leiden
* Simon Petrus was een groot dichter, die een aantal (nu klassieke) joodse gebeden geschreven heeft, waaronder Nishmat; bronnen bijv. Rabbi Jacob Tam (c. 1100 – 1171) en Eisenstein (1907), schrijver van de Hebreeuwse encyclopedie Otzar Yisrael.

“De ziel van elk levend wezen zal Uw naam prijzen, Hashem onze God, de geest van alle vlees zal Uw nagedachtenis verheerlijken en verheffen, onze Koning. Van deze wereld tot de wereld die komt, bent U God en naast U hebben we geen koning, verlosser of redder. Hij die bevrijdt, redt en onderhoudt, beantwoordt en genadig is in alle tijden van nood en angst, we hebben geen koning, helper en ondersteuner dan U!” (voor het hele gebed (vertaald): http://www.jonathanpollard.org/2003/071103a.htm)

* De joodse vastendag 9 Tevet is ter ere van de sterfdag van Petrus
* Gesuggereerd wordt dat Petrus de schrijver is van het dagelijks gebeden ‘Ahava Raba’
* Petrus zou bijgedragen hebben aan de liturgische dienst van Jom Kippoer (Grote verzoendag)
(bron: Rabbi Jacob Tam, kleinzoon van Rashi, in zijn ‘Machzor Vitri’)
(“Shimon Kepha-Tzaddik or apostate”, door by Rav Moshe Eizek Blau en Rav Eliyahu Levin)

De twee rabbijnen brengen voor- en tegenstanders aan het woord en houden in het midden of de in de joodse geschriften genoemde Petrus dezelfde is als de apostel. Het is een mysterie, maar één ding is wel duidelijk: de joodse geschiedenis maakt geen karikatuur van Petrus. Hij gaat minimaal als een afvallige tzaddik (rechtvaardige) de geschiedenis is.

Het is Petrus die na de vervulling met de Heilige Geest de leiding neemt en de menigte in Jeruzalem toespreekt

De Petrus uit Handelingen
Maar laten we het Nieuwe Testament niet vergeten. Niet alleen de joodse geschiedenis eert Petrus. Ook in de geschiedenis van de apostelen zoals opgetekend in Handelingen, is een hooggeëerde plek voor Petrus. Ook daar blijkt maar hoe idioot en onzinnig de christelijke karikatuur van Petrus is.

* Het is Petrus die de leiding neemt als de plek van Judas opgevuld moet worden (Hand. 1:15)
* Het is Petrus die na de vervulling met de Heilige Geest de leiding neemt en de menigte in Jeruzalem toespreekt (Hand. 2:14)
* Als Petrus en Johannes voor het Sanhedrin moeten verschijnen, is het Petrus die de leiding neemt en vervuld met Gods Geest het woord voert (Hand. 4:8)
* De eer voor Petrus als rechtvaardige was dermate groot dat men heilzame, genezende kracht toeschreef aan zijn schaduw (Hand. 5:15-16)
* Het is Petrus die het woord neemt als de apostelen, inclusief Paulus, bij elkaar zijn om te bespreken hoe gelovigen uit de heidenen om moeten gaan met de geboden (Hand. 15:7)

Petrus die ‘impulsief’ het water op stapt achter Yeshua aan. Petrus is niet die kerel met de kinderachtige prioriteiten en het hart op de tong, maar een geboren leider vervuld met Gods Geest. De christelijke karikatuur getuigt van een gebrek aan historische kennis van de relatie van een discipel tot zijn rabbi. Het getuigt van selectief lezen. Petrus die heel ‘aards’ tenten wil opzetten voor Mozes en Elia getuigt van een gebrek aan kennis van het belang aan gastvrijheid in de cultuur van het Midden-Oosten.

Of de Simon Petrus die achter Yeshua aanging, dezelfde is die het adembenemend prachtige Nishmat-gebed schreef, dezelfde is die gehoorzaam achter zijn rabbi aan de golven van het meer van Galilea opstapte, dezelfde die door Yeshua de rots genoemd werd en een leidersrol op zich nam als apostel. Ik weet het niet. Ik weet wel dat hij een bijzondere apostel was, een wijze man die zo’n grote indruk heeft gemaakt dat hij zelfs de joodse gemoederen bezig houdt.

3/7 – Wees hongerig! Lees… lees alles!

Hoe vaak ik mensen niet hoor verzuchten dat ‘zij nu eenmaal geen Hebreeuws kunnen’. Daar bedoelen ze blijkbaar mee dat zij daarom niet tot bepaalde bijbelse inzichten kunnen komen. Hoe onwaar! En dan de mensen die menen dat je jarenlang minimaal een rabbijnenopleiding moet hebben gevolgd (ja dit is me naar mn hoofd geslingerd) voor je mag snuffelen aan bijbeluitleg. Hoe pertinent onwaar!

Ik ga niet naar een samenkomst op zaterdag of zondag. Ik ben dus niet in de gelukzalige mogelijkheid om me wekelijks te laven aan nieuwe inzichten uit Gods Woord. Mis ik dat? Ergens wel. Ergens ook niet. Ik mis het leren kennen van mensen, het samen opgaan en hoe ze soms onverwacht inspireren. Maar ik mis de geestelijke kramp waarin ik continu verzeild raakte in het geheel niet. Ik pas niet meer in het concept. Zo gaat dat bij dwarsliggers als ik.

Gevaar
Iemand zei me eens hoe gevaarlijk mijn gebrek aan samenkomst is. Ik zou erdoor teveel leunen op mijn eigen inzichten, in plaats van onderdeel te zijn van het gemêleerde gezelschap binnen een gemeenschap. Nu moet ik eerlijk zeggen dat er zeer weinig diversiteit in opvattingen heerste in de legio gemeentes die ik bezocht heb, maar ik snap de waarschuwing.

Toch ontbreekt het mij absoluut niet aan inzichten. Ik kan niet wekelijks leunen op de inspiratie van een ander. Ik moet zelf de discipline opbrengen om zelf te onderzoeken, te bestuderen, te lezen en te herijken. Ik wil mensen niet de kerk uit jagen en net doen alsof mijn situatie ideaal is, dat is ie namelijk absoluut niet. Maar het heeft iets moois gebracht. En dat moois wil ik jullie aanbevelen.

I don’t quit when I’m tired. I quit when I’m done.

Wees niet bang om zelf te onderzoeken. Klamp je niet vast aan onzin-argumenten van mensen die je hun eigen twijfels influisteren. Leun niet alleen maar op de leerstellingen van een ander, maar wees zelf hongerig. Noem het van mij part stille tijd (ik heb niks met die term), maar lees elke dag Gods Woord. Hang jezelf niet op aan een of ander briljant bijbelleesrooster dat je niet vol kunt houden. Het is net als met sporten. Maak het behapbaar, elke dag een beetje. Maar doe het. Lees! Lees alles. Sla niks over. Alles is waardevol. Alles in Gods Woord staat er met een reden. Begin in de Tora. Begin aan het begin. Zorg dat al je begrip leunt op dat fundament. Laat je niet ontmoedigen door gedetailleerde tellingen en afmetingen. Realiseer je dat ook dit het Woord van onze God is. Zoals in mijn sportschool op de muur staat: I don’t quit when I’m tired. I quit when I’m done. Zo ook met het lezen van de bijbel.

Ik lees zelf elke week een deel van de Tora (gezellig met de joodse wekelijkse Toralezing mee) en elke avond lees ik 1 hoofdstuk uit de bijbel. Ik ben een jaar of twee (denk ik) geleden begonnen in Jozua. Omdat ik jaarlijks de vijf boeken van Mozes lees, leek me dat een zinnig begin. Al lezende weg ben ik nu aanbeland in de tweede brief van Paulus aan de Korinthen.

Murw
Ik moet zeggen dat het niet altijd even eenvoudig was om vol te houden. Elke dag een maand lang Spreuken lezen, was een pittige onderneming. Allemaal snedige oneliners, een maand lang. Een paar lezen is nog wel leuk en leerzaam. Maar een maand lang one-liners verteren, maakt je wat murw. Of 1 Kronieken met hoofdstukken lang alleen maar namen. Eerlijk is eerlijk, daar keek ik ’s avonds niet echt naar uit.

Door desondanks vol te houden, vul ik mezelf elke avond voor ik ga slapen met Gods woorden. Sommige avonden valt me niks op, inspireert het niet. Maar vaak valt mijn oog op iets nieuws, of op iets dat vragen bij me oproept en door onderzoek tot hernieuwde inzichten en meer eerbied voor de Eeuwige leidt.

Het is goed om boeken te lezen die over de bijbel gaan. Het is zinvol om je ook daarin te verdiepen. Maar laat het nooit zo zijn dat die boeken je enige voeding zijn. Dat maakt voor een zeer eenzijdig dieet en gaat ten koste van een gezond geestelijk leven.

Het is niet aan hotemetoten voorbehouden om door de Eeuwige gebruikt te worden.

Ik durf te stellen dat de Eeuwige met Zijn aanwezigheid door je heen zal werken als je de discipline opbrengt om elke dag te leunen op Zijn Woord. En mensen die zeggen dat je jaren rabbijnenschool, theologie of een DTS moet hebben gevolgd voor je hardop iets mag vinden, laat ze raaskallen. Ik kan me er kwaad om maken en ik denk dat er iets aan Gods aanwezigheid in hun leven mist, dat ze dit echt geloven. Maar laat ze kletsen. Het is niet waar.

Ooit waren er de Farizeeën. Zij brachten Gods Woord dichtbij de mensen. Dat is hun zegenrijke erfenis aan de wereld. Later waren het mannen als Luther die wederom Gods Woord bij de mensen brachten. Het is niet aan hotemetoten voorbehouden om door de Eeuwige gebruikt te worden. Het is aan jou en aan mij om de moed te hebben om Zijn handen en voeten te zijn. Wij zijn Zijn mond en wij mogen Zijn woorden spreken. Punt is dat je die woorden dan wel moet kennen.

Wees zoals mij
Ga naar de samenkomst. Geniet van alles wat daar gebeurt. Wees daarin niet zoals ik. Maar als het aankomt op honger naar meer van Gods Woord, naar diepere inzichten en wow-momenten vanwege wat er te leren valt, dan is het niet zo erg om een beetje op mij te lijken.

En bovenal: laat je alsjeblieft niet gek maken. Wat jij ontdekt in Gods Woord doet ertoe!

Ik wens je Gods shalom toe op je leesavontuur door Zijn Woord en voel je vrij om je wow-momenten, diepere inzichten en leesuitdagingen met me te delen.

2/25 – De mens Jezus verzoent ons met God

Ik kan me de reactie van geloofsgenoten van de Rafaëljeugd goed herinneren toen ik vertelde dat ik niet geloofde dat Jezus en Zijn Vader dezelfde zijn. Ze waren bezorgd om mijn uitspraak. “Geloof je dan niet meer dat Jezus voor je zonden gestorven is?” was de hamvraag. Ik zag het verband tussen die twee niet. Waarom zou ik aan Zijn offer twijfelen omdat ik niet geloof dat Jezus God is? Nu begrijp ik de vraag.

Voor ik verder op het antwoord en mijn reactie op dat antwoord inga, de toelichting dat deze blog niet uitputtend beschrijft wie Jezus is. Deze blog gaat alleen in op de vraag ‘moet Jezus God zijn om ons te verzoenen en te vergeven?’ en pretendeert niet volledig te zijn in wat Messias zijn inhoudt en hoe Jezus zich tot de Eeuwige verhoudt.

Terug naar de blog. De Heidelbergse Catechismus geeft antwoord op de vraag die me gesteld werd.

Vraag 15: Wat moeten wij dan voor een Middelaar en Verlosser zoeken?
Antwoord 15: Zulk een, die waarachtig en rechtvaardig mens is, en nochtans ook sterker dan alle schepselen, dat is, die ook tegelijk waarachtig God is.

Het antwoord volgens de algemene christelijke (Rooms-Katholiek en protestants) leer luidt dus: “Nee, als je niet gelooft in de goddelijkheid van Jezus, geloof je niet in Zijn verzoening.” Het is dat antwoord, dat de drie-eenheid ferm in het zadel houdt. Als Jezus niet God is, kan er geen vergeving van zonden en verzoening zijn. Alleen de goddelijke natuur van Jezus kan die weg tot Gods troon banen.

Vraag 16: Waarom moet Hij een waarachtig en rechtvaardig mens zijn?
Antwoord 16: Omdat de rechtvaardigheid Gods vorderde, dat de menselijke natuur, die gezondigd had, voor de zonde betaalde; en dat een mens, zelf zondaar zijnde, niet kon voor anderen betalen.

Een mens kan bij de Eeuwige geen boete doen voor de zonden van een ander mens. Dat is al eeuwenlang de leer van de kerk. Een leer die al zo lang zo diep geworteld is in het geloofsleven van miljoenen christenen, is hardnekkig en laat zich lastig weerleggen. Ouderdom maakt iets valide, zelfs als het gestoeld is op buitenbijbelse filosofieën.

Dat een mens geen verzoening kan brengen voor een ander mens, is buitenbijbels. Sterker nog, de Tanach (Oude Testament) gaat uit van verzoening voor Gods troon gebracht door mensen. Het bijbelse principe dat de Eeuwige ons gaf is dat het volmaakte het onvolmaakte bedekt. Een dier zonder gebreken werd aan de Eeuwige geofferd door de priester om zonden te verzoenen en te vergeven en de relatie met de Eeuwige te herstellen. De Eeuwige gaf Zijn Woord, Zijn Tora en in die Tora is altijd sprake van verzoening en vergeving gebracht door mensen aan mensen. Als Jezus geen pennenstreek afdoet aan die Tora, betekent het dat ten tijde van Jezus en Paulus datzelfde principe gold: een mens kan een ander mens verzoenen en vergeven, door het onvolmaakte te bedekken met het volmaakte.

Als een dier zonder gebreken kon dienen als zoenmiddel, hoeveel te meer kon de volmaakte mens Jezus met Zijn bloed in de hemelse Tempel verzoening brengen voor ons?

Waarom leert de kerk al zoveel eeuwen toch dat Jezus God moet zijn om verzoening te brengen?

Omdat de kerk haar inspiratie uit Griekse filosofie haalde en zich fel en actief distantieerde van het joodse gedachtegoed. Het principe van alleen een god die verzoening kan brengen om een god tevreden te stellen, vindt haar oorsprong in de filosofie van Aristoteles. Dit filosofische principe heet: Commutatieve Rechtvaardiging. Aristoteles bedoelde ermee dat als er een ruil tussen twee personen plaatsvindt, de ruil identiek in waarde moet zijn. De ruil moet zogezegd rechtvaardig zijn. Zoals Marcus Wissenburg (Hoogleraar aan de Radboud Universiteit) het uitlegt: ‘de ene partij levert iets, de ander geeft er iets voor terug’.

Anselmus van Canterbury (1033-1109) was de eerste die een theologie rondom verzoening heeft opgesteld. Hij verchristelijkte dit vooral economisch bedoelde principe van Aristoteles door het te gebruiken voor genoegdoening van de mens door God. Toegepast op het verkrijgen van vergeving van zonden, betekent het dat God iets krijgt namelijk genoegdoening voor overtredingen en Hij geeft wat, namelijk vergeving van zonden. Omdat de zonde van de hele mensheid heel zwaar is, moet de genoegdoening ook heel waardevol zijn. De dood van een gewoon mens is van onvoldoende waarde, maar de dood van een godheid wel. En in de woorden van Anselmus zelf:

“De schuld was zo groot, dat, terwijl niemand dan de mens de schuld moest inlossen, niemand dan God in staat was dat te doen; zodat degene die het doet, zowel God als mens moet zijn.”
(bron: H. Anselmus van Canterbury, Cur Deus Homo)

Deze uitwerking van de commutatieve rechtvaardigingsleer werd opgenomen in de Rooms-Katholieke leer en daarna ook omarmd door mensen als Calvijn en Luther. Waar zij zich op veel fronten van de Roomse leer afkeerden, als het om verzoening ging, hielden ze vast aan deze verzoeningsleer van de Roomse Anselmus. Jezus moest God zijn om verzoening te kunnen brengen.

De bijbel hanteert echter een heel ander principe. Van Mozes tot Paulus wordt keer op keer herhaald dat priesters door middel van volmaakte offerdieren verzoening en vergeving brachten aan mensen. In de Tanach is geen plek voor de commutatieve rechtvaardiging van Aristoteles en de kerk. De Tora leert dat het volmaakte het onvolmaakte bedekt en zo verzoening en vergeving brengt.

“Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus.”
(1 Tim. 2:5, HSV)

Jezus wordt door Paulus steevast neergezet als mens. Nergens wordt Hij aan de Eeuwige gelijkgesteld. Hij wordt gepositioneerd als Messias, als leidsman, als Hogepriester voor Gods troon, als de Middelaar tussen God en mensen, als boven de engelen gesteld, als Zoon van de Allerhoogste, als voleinder van ons geloof. Maar nergens is Hij de Eeuwige. Dat hoefde ook niet. Jezus hoeft geen God te zijn om verzoening en vergeving voor de wereld te brengen. Hij was het volmaakte offer. De volmaakte Rechtvaardige die vrijwillig Zijn bloed naar de hemelse Tempel bracht om verzoening en vergeving voor ons te bewerken. Niet omdat Hij God is, maar omdat Zijn volmaaktheid mijn onvolmaaktheid bedekt.

“Zo moet de priester verzoening voor hem doen voor het aangezicht van de Eeuwige, en het zal hem vergeven worden ten aanzien van welke zaak dan ook waaraan hij zich schuldig heeft gemaakt.” (Leviticus 6:7).

Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde. […] Hoewel Hij de Zoon was, heeft Hij toch gehoorzaamheid geleerd uit wat Hij heeft geleden. En toen Hij volmaakt was geworden, is Hij voor allen die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwige zaligheid geworden. (Hebreeën 4:15 en 5: 8-9, HSV)

De Eeuwige eist het volmaakte om de zonde te bedekken. Hij eist geen aan Hem gelijke, zoals de kerk leert. Hij eiste lammeren en bokjes zonder gebreken als offerdieren. Hij eiste priesters zonder lichamelijke gebreken. Als een dier zonder gebreken kon dienen als zoenmiddel, hoeveel te meer kon de volmaakte mens Jezus met Zijn bloed in de hemelse Tempel verzoening brengen voor ons?

“Daarom moest Hij in alles aan Zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn in de dingen die God betreffen, om de zonden van het volk te verzoenen.” (Hebreeën 2:7, HSV)

Laat het duidelijk zijn, Jezus was niet zomaar een mens, maar Hij hoefde niet aan God gelijk te zijn om verzoening te brengen. Hij was juist aan ons gelijk. Hij was mens en als mens was Hij de middelaar waardoor de wereld verzoend werd. Er was geen ‘goddelijke’, rechtvaardige ruil nodig zoals Anselmus die op basis van Aristoteles uitdacht. Hoe mooi dat principe ook is, het is door Aristoteles nooit als bijbels principe bedoeld en het is niet wat de Tora ons leert.

Jezus hoeft geen God te zijn om jou en mij te vergeven. Hij was het volmaakte offer dat Zichzelf gaf zodat wij met de Eeuwige verzoend kunnen worden!

(Met dank aan zij die meegelezen hebben. Jullie worden gewaardeerd!)

10/15 – Een tempel van steen of van vlees?

Afgelopen donderdag besloot UNESCO dat de Tempelberg in Jeruzalem geen banden heeft met het jodendom en het christendom. Binnen het jodendom weerklonk woede en werden diplomatieke relaties met UNESCO opgeschort. In de christelijke wereld bleef het verdacht stil.

Heeft het christendom weinig met de Tempelberg, anders dan dat het een historische plek is waar ooit de tempels stonden en waar Jezus door de zuilengalerij liep en het Koninkrijk der Hemelen predikte? Zijn wij nu zelf de tempels van Gods Geest, naar de uitleg van Paulus en heeft een historische plek geen waarde meer? Is het dat we door Jezus’ offer geen tempel meer nodig hebben en deze farce van UNESCO simpelweg niet boeit?

Ik weet dat ik er zelf zo over dacht en dat het een gangbare gedachte is onder christenen. Het geestelijke van de tempel is verhuisd van een fysieke plek naar iets in ons persoonlijke leven. De gedachte is waardevol en bijbels, maar toch ook incompleet. Ik geloof dat er een tempel zal zijn, als Jezus terugkeert om als Koning over deze aarde te regeren. Ik geloof dat volken, waaronder ikzelf (!) op zal mogen gaan naar diezelfde Tempelberg die nu door UNESCO ont’joodst’ is. De profeten hebben het voorzegd en het is nog niet gebeurd, dus het staat nog op de goddelijke planning.

En ik dan als levende tempel, zoals Paulus ons in herinnering bracht? Geloof ik daar dan niet in? Weldegelijk! Ik geloof ze naast elkaar, zoals de Tora en de profeten ze naast elkaar geloven.

Eigenlijk heeft de Eeuwige helemaal geen huis op deze aarde nodig. Hij heeft ook nog nooit een tempel nodig gehad. Hij is niet vast te pinnen op een plaats. De Eeuwige is alomtegenwoordig. Hij is niet gelimiteerd tot een bepaalde plek of regio. Vraag maar aan Jona. Hoe ver Jona ook vluchtte, hij kon de Eeuwige niet ontvluchten. Salomo wist dat wat hij bouwde, de Eeuwige met geen mogelijkheid zou kunnen bevatten:

“Maar zou God werkelijk op de aarde wonen? Zie, de hemel, ja, de allerhoogste hemel, kan U niet bevatten, hoeveel te min dit huis dat ik gebouwd heb!” (1 Kon. 8:27, HSV)

En de woorden van de profeet Jesaja (66:1) zijn van dezelfde strekking:

“Zo zegt de Eeuwige:
De hemel is Mijn troon
en de aarde de voetbank van Mijn voeten.
Waar zou dan het huis zijn dat u voor Mij zou willen bouwen
en waar de plaats van Mijn rust?”

De Eeuwige had geen huis nodig. Niet toen Salomo de eerste tempel bouwde en ook niet toen het volk veertig jaar door de woestijn dwaalde. Die gedachten is niet iets nieuwtestamentisch. Dat de Eeuwige in ons wil wonen is ook geen eye-opener van iemand als Paulus, waarmee hij zich tegen de gevestigde joodse (tempel)orde zou hebben gekeerd. Integendeel!

Het is heel bijbels en joods om te geloven dat de Eeuwige in ons woont, dat wij Zijn tempel zijn veel meer nog dan de tempels die voor Hem gebouwd zijn. Voormalig opperrabbijn van Groot-Brittannië Jonathan Sacks legt uit wat de Tora erover zegt:

“Het antwoord, en dat is fundamenteel,  is dat God niet in gebouwen woont. Hij woont in bouwers. Hij woont niet in stenen structuren, maar in het menselijke hart. Waar de Joodse wijzen en mystici op wijzen is dat […] God zegt: “En zij moeten voor Mij een heiligdom maken, zodat Ik in hun midden kan wonen.” (Ex. 25:8), niet “zodat ik er in kan wonen”. […] God woont niet in een huis van steen. Hij woont in de harten van hen die geven.”
(bron: Rabbi Jonathan Sacks, Terumah – Covenant & Conversation)

En in de woorden van Paulus:

“Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?” (1 Kor. 6:19, HSV)

Een rabbijn uit het begin van de 19e eeuw, Rabbi Simcha Bunim van Przysuscha, beschrijft de vrijwillige gaven van de Israëlieten, waarmee de tabernakel gebouwd werd, als gaven die heilig, apart gezet waren. Hij zegt dat als God om vrijwillige gaven vraagt, we onszelf, ons hart apart moeten zetten.

En de Lubavitcher Rebbe schrijft in Basi LeGani dat elke jood een tabernakel in zijn hart heeft.

Een andere rabbijn, genaamd J. Immanuel Schochet, schrijft dat ieder zichzelf en zijn leefomgeving moet transformeren in een heiligdom voor G-d: een plek van Tora studie, gebed en liefdadigheid, met de inspanning dat al iemands gedachten, woorden en daden omwille van de Hemel zijn en om heiligheid te laten doordringen in alles waar we ons mee inlaten.

Kortom, al heeft de Eeuwige nooit een tempel nodig gehad om in te wonen, Hij wil in ons midden zijn. Hij heeft zijn naam verbonden aan een plek, een fysieke plek, zelfs als Hij niet te vatten is in al het fysieke van dit heelal. Wij leven nu zonder tastbare tempel. Wij, die vervuld zijn met Gods Geest, met Zijn aanwezigheid, wij zijn levende tempels. Dat was zo in de tijd van de Israëlieten in de woestijn, dat was ten tijde van Paulus zo en dat is vandaag zo.

Er zal een derde tempel komen, gebouwd door de Messias. Deze tempel zal gebouwd worden op de Tempelberg, op de plek waar de Eeuwige Zijn Naam aan verbonden heeft, van waar de Tora uit zal gaan naar alle uithoeken van de aarde. Of die Tempelberg nu wel of niet erkend wordt door UNESCO en of christenen er nu wel of niet in geïnteresseerd zijn, deze profetie van de profeet Zacharia (6:12-13) staat nog op de hemelse planning en deze zal uitkomen:

“Dit zegt de Eeuwige van de hemelse legers:
Er zal een man komen, die ‘jonge tak’ genoemd zal worden.
Hij zal in dit land ontstaan en opgroeien.
Hij zal de tempel van de Eeuwige bouwen.
Ja, Hij zal de tempel van de Eeuwige bouwen en
Hij zal als koning geëerd worden en als koning heersen.
Hij zal ook priester zijn.
Hij zal koning en priester tegelijk zijn, in vrede.”
(vertaling deels BasisBijbel, deels eigen)

Moge het spoedig zijn!

10/02 – Rosh Hashana: elk jaar oefenen!

Mijn tijdlijn en wall worden deze dagen overspoeld met nieuwjaarswensen. De plaatjes met ramshoorns, honing en appels buitelen over elkaar en de ‘shana tova gmar chatima tova’s’ echoën na. Vanaf vanavond beginnen de najaarsfeesten. Rosh Hashana doet de aftrap. Het geldt als het joodse nieuwjaar en luidt de tien dagen van bekering in tot aan Grote Verzoendag, met daarna het Loofhuttenfeest.

In de christelijke traditie is weinig oog voor een feest als Rosh Hashana. Ook het daaropvolgende feest van Grote Verzoendag (Yom Kippur) heeft in de christelijke kalender geen plek gekregen. Loofhuttenfeest, de hekkensluiter van de najaarsfeesten, is evenmin geland in het christendom. Of zoals dominee Vrijhof treffend verwoordt:

“Grote Verzoendag is een levende werkelijkheid. Niet iets van vroeger alleen toen er nog een tempel was. Het is iets van hier en nu. Als we dit goed tot ons laten doordringen, ligt hier een indringende vraag aan de kerk. Hoe bestaat het, dat er een levend Jodendom is, dat deze gedenkdag viert, terwijl er een kerk is, die met Israël het Oude Testament leest en deze gedenkdag niet viert? Daar kunnen we als kerk niet schouderophalend aan voorbij gaan.”
(bron: http://www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel/voi35-2c.php?sw=1920&sh=950“)

Rosh Hashana geldt als de dag waarop het Koningschap van de Eeuwige begon, omdat op die dag de mens geschapen werd. Geen Koningschap zonder onderdanen die de koning als Koning erkennen. Rosh Hashana is dus de verjaardag van de gehele mensheid. Je zou kunnen zeggen dat het daarmee een universeel feestje is en niet alleen een joodse aangelegenheid. Elk jaar wordt met het Koningschap en de schepping van de mens ook het oordeel geveld over de gehele mensheid. Een nieuwjaar is een moment van terugkijken op het afgelopen jaar, ook bij ons. Wat had ik me voorgenomen? Waar wilde ik naar toe? Wat is ervan terecht gekomen? Hoe heb ik me het afgelopen jaar gedragen naar mijn medemens toe en naar de Eeuwige?

‘Het oordeel’ klinkt erg zwarte-kousen en is in de belevingswereld van de christen een eenmalige gebeurtenis die bij de wederkomst van Jezus zal plaatsvinden. De bijbel noemt deze dag van het oordeel ‘de dag des Heren’. Zefanja noemt deze dag des Heren een dag van bazuingeschal. Rosh Hashana wordt in de Tora dan ook ‘zichron teruah’ (herdenking van bazuingeschal) genoemd. Een jood zal ‘de dag van bazuingeschal’ automatisch koppelen aan Rosh Hashana. Ze zijn een eenheid. De predikant en schrijver Geert Cohen Stuart (van het ‘grote gele boek’ Joodse feesten en vasten – aanrader!) beschrijft dit oordeel als een jaarlijkse oefening:

“Door het oordeel is Rosj Hasjana geworden tot een jaarlijkse oefening voor het laatste oordeel dat ieder mens eenmaal te wachten staat. Het is een jaarlijkse Dag des Heren, zoals door de profeten beschreven.”
(uit ‘Joodse feesten en vasten’, 5e druk, p. 157)

Onder het kopje ‘Het laatste oordeel’ (HSV) in Mattheüs 25 zegt Jezus dat hij de schapen van de bokken zal scheiden. Dat deze beeldspraak erg bekend is in joodse kringen rondom Rosh Hashana en al in de Mishna terugkomt, zal minder bekend zijn. In Mishna Rosh Hashana 1 staat:

“Gedurende 4 momenten elk jaar wordt de hele wereld geoordeeld: op Pesach, met betrekking tot het groeien van het graan; op Pinksteren, met betrekking tot het fruit van bomen; op Nieuwjaarsdag gaat de hele mensheid aan Hem (God) voorbij zoals schapen voor een herder, zoals is geschreven [Psalmen 33:15]: ‘Hij vormt hun aller hart; Hij let op al hun daden.’; en op Loofhuttenfeest met betrekking tot water (regen).”
(bron: https://www.jewishvirtuallibrary.org/jsource/Talmud/rh1.html“)

Het christendom heeft onterecht weinig op met de najaarsfeesten. Ze vormen een intens relevant onderdeel van de feesten die de Eeuwige zelf instelde. Waarom hebben ze dan geen plek gekregen in de christelijke feesten? Waarom de feesten afdoen als joods en daarmee als niet relevant voor christenen? Men stelt Jezus als vervuller van de Tora en vindt de najaarsfeesten daarmee behoorlijk overbodig. Grote Verzoendag is een joodse aangelegenheid, want Jezus heeft verzoening bewerkstelligd, dus Grote Verzoendag is niet meer nodig. Sterker nog, het zou zelfs arrogant zijn om te vieren, omdat daarmee het verlossende werk van Jezus genegeerd zou worden en we blijkbaar weer onze eigen verlossing en verzoening bewerkstelligen. Niets is minder waar! Rosh Hashana, Grote Verzoendag en het Loofhuttenfeest zijn van uitzonderlijke waarde voor zowel jood en christen.

En waarom? Omdat de Eeuwige deze feesten zelf ingesteld heeft en Jezus ze hield, er talloze malen naar verwees en ook Paulus, Johannes en de andere apostelen er gretig naar verwezen. Dat veel uit het Nieuwe Testament onleesbaar wordt, als de feesten van de Eeuwige niet gekend worden, lijkt veelal bijzaak en oninteressant. Men kent een eigen waarde toe aan de teksten en ontjoodst ze zonder het te beseffen.

Ik wil mensen aanmoedigen om de bijbelse najaarsfeesten te bestuderen, nieuwsgierig te zijn naar wat onze Messias in Zijn leven zelf belangrijk vond. Niet om ‘jood te spelen’ (asteblieft niet!), maar om te leren wat Jezus, Paulus, Johannes en de andere apostelen aanhalen en uitleggen.

Ik ben geen jood, wel mens. Ook ik erken het Koningschap van de Eeuwige en zal als schaapje voor de herder langsgaan om geoordeeld te worden. Ook dit jaar ga ik stilstaan bij mijn daden, mijn acties en tot inkeer komen daar waar ik de fout ingegaan ben. Ik dank de Eeuwige voor mijn herder, Yeshua, die voor mij de perfecte verzoening heeft gebracht. Verzoening die alleen door Hem mogelijk is geworden omdat Hij onze Hogepriester is!

Ik wens jullie de zegen van de najaarsfeesten, een tijd van bezinning, van oordeel en van verzoening en vertrouwen op de genade van de Eeuwige, zoals Hij in de Tora belooft.

08/13 – Dan maar verdeeldheid zaaien…

Doet het ertoe? Dat ik precies wil weten hoe het zit? Dat ik stellingen inneem en verdedig ten koste van andermans stellingen? Dat ik argumenten als ammunitie op mijn opponenten afvuur. Mensen die eigenlijk geen opponenten van me zijn, maar mensen die net als ik geloven en dat geloof proberen te leven met alles dat ze in zich hebben? Net als ik.

Ik ben eens gestopt met deze blog, omdat het voelde alsof ik bezig was om verdeeldheid te zaaien in plaats van mijn gedachten over geloofsonderwerpen te delen. Alsof ik ongemerkt met het ene doel, ook een ander doel diende. En dat andere doel, verdeeldheid zaaien, dat wilde ik niet en dus stopte ik een tijdje. Maar ik kan mijn mond niet houden. Dus daar was ik weer…

Ik ken de prijs van anders denken. Van spreken terwijl zwijgen beter is voor de lieve vrede. Ik ben verketterd door mensen die ik lief heb, die belangrijk voor me zijn. Het heeft scheiding gebracht, waar ik niets liever had gezien dan eenheid in verscheidenheid. Had ik beter kunnen zwijgen? Ongeacht of wat ik zeg een sprankje waarheid bevat, had ik misschien beter mijn mond kunnen houden dan het delen van de kennis die ik opgedaan heb?

Wil je een eenheid die gebaseerd is op de afwezigheid van honger naar kennis?

Daarom vraag ik me af wat mijn blogs er toe doen. Wat doet het ertoe om zo diep mogelijk het Woord van God in te duiken om uit te vinden hoe het misschien echt zit? Is het arrogant om die ambitie te hebben? Is het beter om te doen alsof dingen niet uit te zoeken zijn? Zaai ik verdeeldheid door te bestuderen? Je kunt je ook afvragen: Wil je een eenheid die gebaseerd is op de afwezigheid van honger naar kennis?

Ooit begon mijn zoektocht doordat ik antwoorden vond, uitleggen hoorde die zo diep in me resoneerden, dat ik honger kreeg naar meer daarvan. Eindelijk sloegen dingen ergens op. Eindelijk klonk het logisch. Dat is wat ik wilde. Ik kreeg de kans om het oude Hebreeuws te studeren en dat was absoluut fantastisch. Wat vooral resoneerde was niet zozeer de honger naar kennis die gestild werd met kennis. Het waren vooral de doorkijkjes met behulp van die kennis naar meer inzicht in wie de Eeuwige is. In Zijn grootheid, Zijn trouw, Zijn oneindige goedheid en genade.

En dat is exact wat het ertoe doet om kennis op te doen, met elkaar te discussiëren over ingewikkelde onderwerpen, met lastige vragen stellen en out-of-the-box antwoorden vinden. Met respect voor elkaars meningen toch het gesprek aan blijven gaan. Mijn intentie in alles is dat het helpt om meer licht te schijnen op Wie de Eeuwige is en wie wij mogen zijn in Zijn licht, in Zijn genade en vanuit Zijn Zoon, Zijn trouw en liefde.

Is dat arrogant? Is dat te hoog gegrepen?

Ik begrijp dat nooit. Door de hele Tanach heen wil de Eeuwige zich laten kennen en als wij ernaar streven om Hem te kennen, zijn we ijdel bezig. Waarom? Omdat het verdeeldheid zaait? Omdat het scheiding creëert? Uit angst dat onze honger naar kennis doorslaat in wetticisme? Dat is nooit het doel van kennis. Dat is niet wat kennis doet. We mogen de Eeuwige juist leren kennen. Met al onze faculteiten. Zowel door de kennis die we opdoen door Zijn Woord te bestuderen, als door het gehoorzamen en het doen van zijn Tora. De belofte in Hosea 2 aan Zijn volk Israël is juist heel hoopgevend:

Ik zal u voor eeuwig tot Mijn bruid nemen:
ja, Ik zal u tot Mijn bruid nemen
in gerechtigheid en in recht,
in goedertierenheid en in barmhartigheid.
In trouw zal Ik u voor Mij als bruid nemen;
en u zult de Eeuwige kennen.
(Hosea 2 vers 18-19)

Kennis… Dat is wat ik op wil doen. Kennis. Omdat ik de Eeuwige wil leren kennen. Omdat ik de diepte en de hoogte van wie Hij is, als is het er maar een fractie van een fractie van, wil leren kennen. Omdat Hij de Eeuwige is en omdat Hij zichzelf door Zijn Woord wil laten kennen. Kennis. Is dat verkeerd? Is dat een vies woord? Volgens Spreuken niet:

“Wijzen bergen kennis op” (10:14)

“…maar door kennis worden de rechtvaardigen gered.” (11:9)

“Wie vermaning liefheeft, heeft kennis lief” (12:1)

“…maar de schranderen omringen zich met kennis.” (14:18)

“De lippen van wijzen strooien kennis uit” (15:7)

“Een verstandig hart zoekt kennis” (15:14)

“Het hart van verstandigen verwerft kennis” (18:15)

Mijn studies zijn er ten dele op gericht om kennis op te bouwen. Pretentieus, ambitieus, arrogant, waanzin…? Ik geloof van niet. Groeien in kennis van God, dat is waar ik naar streef. Naar meer van de Eeuwige, vanuit Zijn Woord. Ik wil daarbij gezegd hebben dat ik geloof dat wij de Eeuwige mogen en kunnen leren kennen door Yeshua (Jezus, zo je wil), Zijn Zoon. Zij zijn een eenheid. Door Yeshua te leren kennen, leren we de Eeuwige kennen. Hij zei het zelf:

“Jezus antwoordde: U kent Mij niet en evenmin Mijn Vader; als u Mij kende, zou u ook Mijn Vader kennen.” (Johannes 8 vers 19, HSV)

Mijn nadruk op de Tora en mijn nadruk op het terugkeren naar het fundament waarop het Nieuwe Testament is gebouwd, neemt niet weg en doet niet af aan mijn geloof in Yeshua als Zoon van de Allerhoogste. Juist door mijn geloof in Yeshua, de kern waar alles om draait, wil ik groeien in kennis van de Eeuwige. Yeshua is de levende Tora. Door Yeshua mogen wij de Eeuwige leren kennen.

“Daarom houden ook wij niet op […] voor u te bidden en te smeken dat u vervuld mag worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht,
zodat u wandelt op een wijze de Heere waardig, Hem in alles behaagt, in elk goed werk vrucht draagt en groeit in de kennis van God…”
(1 Kolossenzen 1: 9 – 11, HSV)

Paulus schrijft aan de Kolossenzen over kennis van Zijn wil, maar ook over geestelijk inzicht met als doel een levenswandel die de Eeuwige behaagt. Dat is het doel. Daar draait het om. Om de Eeuwige te behagen in die dingen die wij doen! Ik wil inzicht vergaren, de Eeuwige leren kennen en weten wat Hem behaagt, waar Hij blij van wordt.

En ik deel met Paulus wat hij in Romeinen 11 schrijft over de diepte van rijkdom, de wijsheid en kennis van God en tegelijkertijd hoe onnaspeurlijk Zijn wegen… Juist Hem wil ik leren kennen en Hem wil ik behagen!

O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen!
Want wie heeft de gedachten van de Heere gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?
Of wie heeft Hem eerst iets gegeven en het zal hem vergolden worden?
Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.
(Romeinen 11 vers 33 – 36, HSV)

Op naar meer blogs!

08/02 – Ik geloof niet dat ik naar de hemel ga

Ik heb altijd geloofd dat mijn leven hier op aarde een doel diende in het hiernamaals, in de hemel. ‘Jezus redt’ bracht ik altijd in verband met datzelfde ‘naar de hemel gaan’. Toen mijn lieve oma overleed, wist ik dat ze bij de Heer was. Het gaf troost dat het afscheid niet voor altijd was.

De blog die hieronder volgt, is waar ik nu sta. Ik heb erg lang over dit onderwerp nagedacht en plaats dit niet lichtzinnig. Dit is hoe ik er nu over denk, maar ik weet dat ik in beweging ben en blijf. Ik ben nooit uitgeleerd.

Vanuit mijn opvoeding zou ik willen geloven dat ik bij mij sterven naar de hemel ga. Of beter gezegd, dat mijn onsterfelijke ziel de tijdelijke tent, mijn lichaam, verlaat en naar de hemel gaat. Het is wat abstract, maar het is een vrij gangbare christelijke opvatting. Vanuit het joodse denken zou het antwoord niet eens zo schokkend veel anders zijn. Behalve dan dat het jodendom geen moeite heeft met reïncarnatie, waar het christendom daar toch de wenkbrauwen over ophaalt.

Ik lees niks in de bijbel over naar de hemel gaan als we sterven

Hemelse troost
Ik weet dat dit een extreem gevoelig onderwerp is. Hoe groot is niet de troost dat onze dierbaren in de hemel zijn, bij Jezus? Of niet bij Jezus, maar gewoon in de hemel om naar ons te kijken en blij te zijn met ons of ons te helpen. De hemel biedt troost en perspectief, maar ik lees niks in de bijbel over naar de hemel gaan als we sterven. De Eeuwige woont in de hemel. Nergens in de hele Schrift wordt ons een plekje in de hemel beloofd. Het is niet onze woonplaats, nooit. Toen ik iemand dat hoorde zeggen, ben ik op onderzoek uitgegaan.

Door de hele Tora heen worden overledenen ‘verzameld tot hun voorvaderen’. Vaak gebeurde dat vrij letterlijk, doordat ze in familiegraven gelegd werden. Ik heb in die uitdrukking altijd ‘de hemel’ gelezen, maar dat correspondeert niet met wat de Tanach leert over de dood en het Nieuwe Testament vanuit de Tanach bevestigt. De Tanach vertelt dat als we overleden zijn, we slapen in het stof van de aarde. Niet op 1 plek, maar overal. Vanuit die gedachte was Jezus’ reactie na het overlijden van het dochtertje van Jaïrus niet zo buitenaards. ‘Ze slaapt.’

‘En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.
En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.’ (Openbaring 21 vers 2 en 3, HSV)

Vier argumenten
Er zijn een paar argumenten die ik verzameld heb van mensen toen ik hen trakteerde op mijn stelling: ‘ik lees niks in de bijbel over naar de hemel gaan als we sterven’.

1. Er is de gelijkenis die Jezus vertelde, over de rijke man en de arme Lazarus. Dat speelde zich af in de hemel, met doorkijkje naar de hel. Toch?
– Een gelijkenis heeft een boodschap, waarmee de Schrift uitgelegd wordt. Niet om een totaal nieuw theologisch principe te introduceren, maar om uit te leggen wat geschreven staat. Als wij naar de hemel gaan, moet daar volop bewijs voor zijn in de Tora en mag de gelijkenis niet als belangrijkste argument aangedragen worden pas ergens in het Nieuwe Testament.

2. En Jezus die sprak met de zondaar aan het vloekhout naast hem en beloofde dat ze vandaag nog samen in het paradijs zouden zijn?
– De vertaling ‘Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn.’ is niet de enige vertaaloptie. De tweede is ‘Voorwaar, Ik zeg u heden: u zult met mij in het paradijs zijn’. De optie is even valide taaltechnisch. Het oude Grieks kende geen spaties en onze komma’s in bijbelvertalingen zijn een interpretatie van wat de schrijver bedoeld moet hebben.
Overigens, belangrijker is te weten dat het paradijs niet hetzelfde is als ‘de hemel’. Het eerste paradijs was een aards paradijs, heel specifiek aangeduid met rivieren die ik ten dele nog steeds op Google Maps terugvind. De vernieuwing van het paradijs refereert naar dat eerste, aardse paradijs. Nooit wordt er een soort hemels utopia mee bedoeld.

3. Of Samuel, die na zijn dood middels een seance door Saul geraadpleegd wordt. Samuel was blijkbaar ergens, in de hemel vanwaar hij opgeroepen werd?
– Saul ging bij een uiterst occulte mevrouw langs. Middels een seance werd de overleden profeet Samuel opgeroepen. Ondanks dat daar geestelijk van alles aan de hand was, betwijfel ik sterk dat Samuel daar ‘zelf’ aan het woord was. Zo geloof ik ook niet dat overleden mensen die middels mediums opgeroepen worden, aan de ‘lijn’ komen. Dat er zich vanuit de geestelijke wereld iemand voordoet als… Tja, dat is geen nieuws.

4. En dan de grote menigte die voor Gods troon staat, zoals Openbaring 7 beschrijft? Dat is toch voor Zijn troon en die staat toch in de hemel?
– Johannes kreeg een blik in de toekomst. Hij zag hoe het nieuwe Jeruzalem uit de hemel neerdaalde naar de aarde. Hij noemt dat meermaals in Openbaring 21. We zijn alleen zo gewend om heel Openbaring in de hemelse gewesten te laten afspelen. Johannes is er duidelijk over. Het daalde uit de hemel neer. Ik geloof dat als Jezus terug zal komen, Hij vanuit dat Jeruzalem zal regeren, vanaf de troon van de Allerhoogste. Als ik dan besef dat ik onderdeel van die menigte mag zijn… wow!

‘En velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken,
sommigen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwig afgrijzen.’ (Daniel 12:2, HSV)

Onsterfelijke ziel
Weet je, nergens kom je heel uitbundig beschreven tegen in de Tanach dat we onsterfelijk zijn. Wel dat we in de Eeuwige geborgen zijn. We zijn van stof gemaakt en zullen tot stof wederkeren. De Eeuwige blies Zijn adem in dat stof. Als we sterven, gaat onze adem terug naar de Eeuwige. Wat daarmee bedoeld wordt? De Eeuwige ademde het leven in ons en ik geloof dat wat Hij gaf, teruggaat naar Hem. Geen idee wat dat exact betekent. Wat ik wel geloof is dat het niet ‘mijn ziel’ is die teruggaat. Ik geloof namelijk niet dat mijn ‘ziel’ iets anders is dan ikzelf ben. Ik heb geen ziel, ik ben een ziel. Ik ben niet opgebouwd uit componenten waar de ziel een deel van is. Mijn ziel is wie ik ben en mijn ziel is sterfelijk.

‘U bent gezegend door de Eeuwige, Die hemel en aarde gemaakt heeft.
De hemel, de hemel is van de Eeuwige, maar de aarde heeft Hij aan de mensenkinderen gegeven.
De doden zullen de Eeuwige niet prijzen, evenmin al wie in de stilte neergedaald zijn.
Maar wíj zullen de Eeuwige loven, van nu aan tot in eeuwigheid.’ (Psalmen 115:15-18)

Ik geloof dat we bestemd zijn voor deze aarde en dat Jezus terug zal keren om vanuit Jeruzalem de Tora uit te laten gaan. Precies zoals het bedoeld is en precies zoals geschreven staat. Daarmee is het geloof in de opstanding uit de doden ineens een groot wonder. Wat is er spannend aan een niet-sterfelijke ziel die opstaat uit een dood waarin hij niet stierf? Om op te staan uit de dood, moet er wel zoiets zijn als ‘gedood’.

Als de doden de Eeuwige niet prijzen, waarom is dat dan wat mensen geloven over ‘de hemel’? De Griekse filosofie heeft een flinke vinger in de pap van ons idee bij ‘de hemel’. Hun hemel is door de eeuwen heen ‘onze’ hemel geworden. Maar het is niet de bijbelse realiteit. Ik zie uit naar de terugkeer van Jezus en als ik dan al dood en begraven ben, zal Hij mij door de kracht van de Eeuwige opwekken, omdat ik opgeschreven ben in het boek des Levens.

Baruch Hashem!